concentreren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·cen·tre·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
concentreren
concentreerde
geconcentreerd
zwak -d volledig

Werkwoord

concentreren

  1. (overgankelijk) centraliseren, op één plek samenbrengen
  2. (wederkerend) zich ~ op één zaak toespitsen
  3. (overgankelijk) (scheikunde) het ontdoen van overtollig oplosmiddel van een oplossing
    De oplossing werd geconcentreerd door indamping onder voorzichtig verwarmen.
Vertalingen