concentreren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- con·cen·tre·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| concentreren |
concentreerde |
geconcentreerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
concentreren
- (overgankelijk) centraliseren, op één plek samenbrengen
- (wederkerend) zich ~ op één zaak toespitsen
- (overgankelijk) (scheikunde) het ontdoen van overtollig oplosmiddel van een oplossing
- De oplossing werd geconcentreerd door indamping onder voorzichtig verwarmen.
Vertalingen
1. op één plek samenbrengen
2. zich ~ op één zaak toespitsen