uitzondering
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- uit·zon·de·ring
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van uitzonderen met het achtervoegsel -ing.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | uitzondering | uitzonderingen |
| verkleinwoord | uitzonderingetje | uitzonderingetjes |
Zelfstandig naamwoord
uitzondering v
- een geval waarbij men iets niet onder een regel laat vallen
- Hij maakte een uitzondering voor de zieke leerling die het proefwerk gemist had.