traan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • traan
v/m enkelvoud meervoud
naamwoord traan tranen
verkleinwoord traantje traantjes
m enkelvoud meervoud
naamwoord traan -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

traan

  1. v/m: oogvocht
  2. m: traanolie
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
tranen

traan

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tranen
    Ik traan.
  2. gebiedende wijs van tranen
    Traan!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tranen
    Traan je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen