toosten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toos·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toosten
toostte
getoost
zwak -t volledig

Werkwoord

toosten

  1. (inergatief) een heildronk uitbrengen, op iets of iemand drinken
    Zij toostten op een goede toekomst.
Gelijkklinkende woorden
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie