threaten
Uit WikiWoordenboek
Engels
Uitspraak
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to threaten |
| he/she/it | threatens |
| verleden tijd | threatened |
| voltooid deelwoord |
threatened |
| onvoltooid deelwoord |
threatening |
| gebiedende wijs | threaten |
Werkwoord
threaten
- (onovergankelijk) dreigen
- «He threatened to leave if they did not listen.»
- Hij dreigde met opstappen als ze niet luisteren wilden.
- «He threatened to leave if they did not listen.»
- (overgankelijk) bedreigen
- «He threatened the woman with a knife.»
- Hij bedreigde de vrouw met een mes.
- «He threatened the woman with a knife.»