tewerkstellen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·werk·stel·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
tewerkstellen
stelde tewerk
tewerkgesteld
zwak -d volledig

Werkwoord

tewerkstellen

  1. (overgankelijk) een arbeidsbetrekking verlenen aan iemand
    Zij werden tewerkgesteld bij het wegenonderhoud.
Vertalingen