terugkomst

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·rug·komst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord terugkomst
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

terugkomst

  1. het terugkeren naar een voorheen bezochte of bewoonde plaats
    Bij zijn terugkomst bleek zijn huis geplunderd door inbrekers.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen