terras
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ter·ras
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | terras | terrassen |
| verkleinwoord | terrasje | terrasjes |
Zelfstandig naamwoord
terras het ~ o
- (in de landbouw) een horizontaal gelegen vlakte, enerzijds begrensd door een duidelijk aflopend terrein en anderzijds door een duidelijk oplopend terrein
- (in de horeca), een plek van een horecagelegenheid waar klanten buiten kunnen zitten
- een met een horecaterras vergelijkbare plek in een tuin
- een plat dak waar men kan zitten, dakterras
- (in de geologie) een vlak deel van een berg