telling

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tel·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord telling tellingen
verkleinwoord tellinkje tellinkjes

Zelfstandig naamwoord

telling v

  1. de handeling van het tellen
    We zullen een telling moeten houden.
  2. het resultaat van het tellen
    Deze telling klopt niet helemaal.


Engels

Werkwoord

telling

  1. onvoltooid deelwoord van tell

Zelfstandig naamwoord

telling

  1. gerundium van tell