telling
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- tel·ling
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van tellen met het achtervoegsel -ing.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | telling | tellingen |
| verkleinwoord | tellinkje | tellinkjes |
Zelfstandig naamwoord
telling v
- de handeling van het tellen
- We zullen een telling moeten houden.
- het resultaat van het tellen
- Deze telling klopt niet helemaal.
Engels
Werkwoord
telling
- onvoltooid deelwoord van tell
Zelfstandig naamwoord
telling
- gerundium van tell