tegenover

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·gen·over
Woordherkomst en -opbouw

Voorzetsel

tegenover

  1. aan de overzijde van
    Tegenover de supermarkt staat een bankgebouw.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Bijwoord

  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     tegenover  
 persoonlijk     ertegenover  
aanwijz.   nabij     hiertegenover  
  veraf     daartegenover  
  vragend/betrekk.     waartegenover  

tegenover

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord (tegenoverstellen)
    Hij stelde daar wel iets tegenover.
  2. prepositionaal deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
    Het bankgebouw staat er schuin tegenover.