teeter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to teeter
he/she/it teeters
verleden tijd teetered
voltooid
deelwoord
teetered
onvoltooid
deelwoord
teetering
gebiedende wijs teeter

Werkwoord

teeter

  1. wankelen, aarzelen
    «[Harry] had teetered for a moment on the verge of saying "me," but couldn't bring himself to make Hermione look any more horrified than she already did.»
    Harrie had even geaarzeld en bijna "ik" gezegd, maar hij kreeg zichzelf niet zo ver Hermione nog geschokter te laten kijken dan ze al deed.