tast
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- tast
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tast | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
tast m
- het zintuig van de aanraking, met name van de handen
- Het was pikkedonker, maar hij vond zijn weg op de tast.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| tasten |
tast
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.