tarief
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ta·rief
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tarief | tarieven |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
tarief o
- een vastgesteld bedrag per eenheid
- Het tarief van de huur voor de auto is 30 euro per uur.
Afgeleide begrippen
- tariefafspraak, tariefstelling, tariefstelsel, tariefstijging, tariefsverhoging, tariefverhoging, tariefsverlaging, tariefverlaging, tariefsysteem, tariefwerk, tariefwijziging