stijg

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • stijg

Werkwoord

vervoeging van
stijgen

stijg

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stijgen
    Ik stijg.
  2. gebiedende wijs van stijgen
    Stijg!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stijgen
    Stijg je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen