statistica

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sta·tis·ti·ca
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord statistica statistica's
verkleinwoord statisticaatje statisticaatjes

Zelfstandig naamwoord

statistica v

  1. (wiskunde) een vrouwelijke statisticus
    De statistica gaf in een college uitleg over statistiek.