sprookje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sprook·je
enkelvoud meervoud
naamwoord
verkleinwoord sprookje sprookjes

Zelfstandig naamwoord

sprookje o dim. tant.

  1. een meestal moraliserend verhaal voor kinderen waarin fantasiewezens en magie een belangrijke rol spelen
    Hans en Grietje, Sneeuwwitje, de Gelaarsde kat zijn bekende sprookjes.
Vertalingen


Meer informatie