splitsen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- splitsen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| splitsen |
splitste |
gesplitst |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
splitsen
- (wederkerend) zich ~: in twee of meer delen uiteen gaan
- Een stuk verderop splitst de weg zich.
- (overgankelijk) iets ~: in twee of meer delen opdelen
- Deze aandelen gaan gesplitst worden.
Vertalingen
1. in twee of meer delen uiteen gaan