sneetje

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord
verkleinwoord sneetje sneetjes
Woordafbreking
  • snee·tje

Zelfstandig naamwoord

sneetje o

  1. dim. tant.
  2. dunne afgeneden plak, gewoonlijk van brood.
    Wil je één sneetje of twee?
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Andere talen