sneetje
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ||
| verkleinwoord | sneetje | sneetjes |
Woordafbreking
- snee·tje
Zelfstandig naamwoord
sneetje o
- dim. tant.
- dunne afgeneden plak, gewoonlijk van brood.
- Wil je één sneetje of twee?