snee
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- snee
Woordherkomst en -opbouw
- verkorting van sne(d)e, naamwoord van handeling van snijden
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | snee | sneden |
| verkleinwoord | sneetje | sneetjes |
Zelfstandig naamwoord
snee m
- inkeping gemaakt door het snijden met een mes of ander scherp voorwerp
- Hij had een flinke snee in zijn gezicht.
- een afgeneden plak, meestal van brood
- Wil je twee sneetjes of drie?