smalend
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- sma·lend
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| smalen |
smalend
- onvoltooid deelwoord van smalen
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | smalend |
| verbogen | smalende |
Bijvoeglijk naamwoord
smalend
- minachting tonend
- Zijn smalende opmerking werd hem niet in dank afgenomen.