sleur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • sleur

Werkwoord

vervoeging van
sleuren

sleur

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sleuren
    Ik sleur.
  2. gebiedende wijs van sleuren
    Sleur!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sleuren
    Sleur je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen