showroom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • show·room
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels.
enkelvoud meervoud
naamwoord showroom showrooms
verkleinwoord showroompje showroompjes

Zelfstandig naamwoord

showroom m

  1. een zaal waarin koopwaar tentoongesteld staat
    Ik heb dit model niet in de showroom gezien.
Synoniemen
Vertalingen


Engels

Zelfstandig naamwoord

showroom

  1. showroom