showroom
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- show·room
Woordherkomst en -opbouw
- Leenwoord uit het Engels.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | showroom | showrooms |
| verkleinwoord | showroompje | showroompjes |
Zelfstandig naamwoord
showroom m
- een zaal waarin koopwaar tentoongesteld staat
- Ik heb dit model niet in de showroom gezien.
Synoniemen
Vertalingen
Engels
Zelfstandig naamwoord
showroom