servies
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ser·vies
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | servies | serviezen |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
servies o
- een bij elkaar horend stel borden, schalen en ander eetgerei
- Heb je een nieuw servies gekocht?.