schudden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schud·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schudden
schudde
geschud
zwak -d volledig

Werkwoord

schudden

  1. (overgankelijk) snel heen en weer bewegen om iets te mengen
    Je moet de spuitbus schudden voordat je hem kunt gebruiken.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen