schudden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- schud·den
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| schudden |
schudde |
geschud |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
schudden
- (overgankelijk) snel heen en weer bewegen om iets te mengen
- Je moet de spuitbus schudden voordat je hem kunt gebruiken.