schiften
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- schif·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| schiften |
schiftte |
geschift |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
schiften
- (ergatief) een proces waarbij een massa inhomogeen wordt door afscheiding van een deel ervan
- Hij roerde niet door en daardoor schiftte z'n sausje.