schiften

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schif·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schiften
schiftte
geschift
zwak -t volledig

Werkwoord

schiften

  1. (ergatief) een proces waarbij een massa inhomogeen wordt door afscheiding van een deel ervan
    Hij roerde niet door en daardoor schiftte z'n sausje.