separate

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • se·pa·ra·te

Bijvoeglijk naamwoord

separate

  1. verbogen vorm van de stellende trap van separaat


Engels

Uitspraak
stellend vergrotend overtreffend
separate - -

Bijvoeglijk naamwoord

separate

  1. afzonderlijk, eigen
    «Each language can have its separate Wiktionary.»
    Iedere taal kan zijn eigen WikiWoordenboek krijgen.
enkelvoud meervoud
separate separates

Zelfstandig naamwoord

separate

  1. (gewoonlijk meervoud) kledingstukken die afzonderlijk verkocht worden.
vervoeging
onbepaalde wijs to separate
he/she/it separates
verleden tijd separated
voltooid
deelwoord
separates
onvoltooid
deelwoord
separating
gebiedende wijs separate

Werkwoord

separate

  1. (overgankelijk) scheiden, afzonderen
    «That will separate the boys from the men.»
    Dat zal de jongens van de mannen scheiden.
  2. (onovergankelijk) schiften
    «The sauce will separate if you don't keep stirring.»
    De saus gaat schiften als je niet doorroert.