scheiding
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- schei·ding
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | scheiding | scheidingen |
| verkleinwoord | scheidinkje | scheidinkjes |
Zelfstandig naamwoord
scheiding v
- het uiteenhalen van iets in zijn onderdelen
- De scheiding van hafnium en zirconium is niet eenvoudig.
- de lijn aan weerszijden waarvan haar naar de ene of de andere kant valt
- Draagt u een scheiding links of rechts?
- het verbreken van een huwelijk
- Zij vroeg een scheiding aan.
Vertalingen
1. het uiteenhalen van iets in zijn onderdelen
2. de lijn aan weerszijden waarvan haar naar de ene of de andere kant valt