schei

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schei
enkelvoud meervoud
naamwoord schei scheien
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

schei v/m

  1. (molenaarsambacht) een soort van buffer die de verticale beweging van de slagbeitel in een oliemolen opvangt

Werkwoord

vervoeging van
scheiden

schei

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van scheiden
    Ik schei.
  2. gebiedende wijs van scheiden
    Schei!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van scheiden
    Schei je?
Synoniemen