saus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • saus
enkelvoud meervoud
naamwoord saus sausen
sauzen
verkleinwoord sausje sausjes

Zelfstandig naamwoord

saus v/m

  1. (voeding) een vloeibare substantie die meestal over een gerecht wordt gedaan of ernaast wordt gegeten voor extra smaak
    Hij houdt erg van sauzen, vooral van knoflooksaus.
  2. een kleurstof
    Aan deze saus zijn geen extra sauzen toegevoegd.
  3. (figuurlijk) extra toevoeging, bijkomende (en meestal overbodige en/of ongewenste) nuance
    Een mix van kapitalisme en socialisme, overdekt met een dikke nationalistische saus.
Hyponiemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
sauzen

saus

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sauzen
    Ik saus.
  2. gebiedende wijs van sauzen
    Saus!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sauzen
    Saus je?

Meer informatie


Indonesisch

Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Nederlandse saus.

Zelfstandig naamwoord

saus

  1. (voeding) saus
Synoniemen