samensmelten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·men·smel·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
samensmelten
smolt samen
samengesmolten
klasse 3 volledig

Werkwoord

samensmelten

  1. (ergatief) door smelten tot een geheel worden
    Het zilver was met het goud samengesmolten tot elektrum.
  2. (overgankelijk) door smelten tot een geheel maken
    Zilver en goud kunnen in alle verhoudingen tot een legering samengesmolten worden.