saldo
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- sal·do
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | saldo | saldi saldo's |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
saldo o
- het eindbedrag wanneer alle tegoeden en verplichtingen in rekening gebracht zijn.
- Het saldo is altijd nog flink positief.