saldo

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sal·do
enkelvoud meervoud
naamwoord saldo saldi
saldo's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

saldo o

  1. het eindbedrag wanneer alle tegoeden en verplichtingen in rekening gebracht zijn.
    Het saldo is altijd nog flink positief.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen