safari

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
  • IPA: /sɑˈfarɪ/
Woordafbreking
  • sa·fa·ri
Woordherkomst en -opbouw
  • safari betekent oorspronkelijk reis in het Swahili.
enkelvoud meervoud
naamwoord safari safari's
verkleinwoord safarietje safarietjes

Zelfstandig naamwoord

safari m/v

  1. expeditie in de wildgebieden in Afrika
    We zijn naar Kenia op safari gegaan.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Engels

enkelvoud meervoud
safari safaris

Zelfstandig naamwoord

safari

  1. safari


Frans

enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  safari     le safari     safaris     les safaris  

Zelfstandig naamwoord

safari m

  1. safari


Italiaans

Zelfstandig naamwoord

safari m

  1. safari


Swahili

Zelfstandig naamwoord

safari

  1. reis
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen