ruïneren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ruï·ne·ren, ru·ine·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ruïneren
ruïneerde
geruïneerd
zwak -d volledig

Werkwoord

ruïneren

  1. (overgankelijk) helemaal kapotmaken
    In de oorlog is de hele stad geruïneerd.
  2. (overgankelijk) iemand financieel te gronde richten
    Die zakenman is compleet geruïneerd.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen