rillen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ril·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
rillen
rilde
gerild
zwak -d volledig

Werkwoord

rillen

  1. (inergatief) een onwillekeurige schuddende beweging maken van koude of afschuw
    De gedachte aan wat er had kunnen gebeuren deed hem rillen.
Vertalingen

Meer informatie