reiniging
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈrɛɪnəχɪŋ/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈrɛːnəɣɪŋ/
Woordafbreking
- rei·ni·ging
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | reiniging | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
reiniging v
- het schoonmaken van iets
- De reiniging van dit afvalwater vergt vrij veel aandacht.
- een instelling die zich met het schoonmaken van iets bezighoudt
- Ik heb dit naar de reiniging gebracht.
Vertalingen
1. het schoonmaken van iets