rectificeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rec·ti·fi·ce·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
rectificeren
rectificeerde
gerectificeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

rectificeren

  1. (overgankelijk) een gemaakte fout rechtstellen
    De krant rectificeerde de volgende dag de storende fout.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen