rechterkant
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- rech·ter·kant
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rechterkant | rechterkanten |
| verkleinwoord | rechterkantje | rechterkantjes |
Zelfstandig naamwoord
rechterkant m
- de overzijde van waar gewoonlijk het hart zit
- Aan de rechterkant van de straat mag hier niet geparkeerd worden.