propageren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pro·pa·ge·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
propageren
propageerde
gepropageerd
zwak -d volledig

Werkwoord

propageren [2]

  1. het beïnvloeden van de publieke opinie voor een meestal niet-commercieel doel, vaak gaat het om een politiek doel.
    De Nederlandse overheid zou meer moeten doen om de maakindustrie uit eigen land op buitenlandse fora te propageren.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Wiktionnaire
  2. Woordenboek der Nederlandse taal