propageren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pro·pa·ge·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
propageren
propageerde
gepropageerd
volledig

Werkwoord

propageren

  1. het beïnvloeden van de publieke opinie voor een meestal niet-commercieel doel, vaak gaat het om een politiek doel.
    De Nederlandse overheid zou meer moeten doen om de maakindustrie uit eigen land op buitenlandse fora te propageren.