primaatschap
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pri·maat·schap
Niet in de woordenlijst van de Taalunie
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | primaatschap | primaatschappen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
primaatschap
- ambt of de functie van primaat, het (pauselijke) oppergezag
- het hebben van een recht van eerste keus, een voorrang