potig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- po·tig
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | potig | potiger | potigst |
| verbogen | potige | potigere | potigste |
Bijvoeglijk naamwoord
potig
- stevig uit de kluiten gewassen, weerbaar, ruig.
- Met die potige kerel kun je beter maar uitkijken.