potentieel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: potentieel (hulp, bestand)
Woordafbreking
- po·ten·ti·eel
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | potentieel |
| verbogen | potentiële |
Bijvoeglijk naamwoord
potentieel [1]
- mogelijk.
- Een potentiële aanslag op de verkozen president vóór zijn inauguratie kan aanleiding geven tot constitutionele onduidelijkheden.
Vertalingen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | potentieel | potentiëlen |
| verkleinwoord | potentieeltje | potentieeltjes |
Zelfstandig naamwoord
potentieel o
- een aanwezig vermogen dat nog op ontwikkeling wacht
- Die regio heeft groot economisch potentieel.