poseer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·seer

Werkwoord

vervoeging van
poseren

poseer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van poseren
    Ik poseer.
  2. gebiedende wijs van poseren
    Poseer!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van poseren
    Poseer je?


Spaans

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
poseer
poseía
poseído
volledig

Werkwoord

poseer

Woordafbreking
  1. bezitten
  2. beheersen
Synoniemen

[2] dominar