plunder
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- plun·der
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| plunderen |
plunder
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plunderen
- Ik plunder.
- gebiedende wijs van plunderen
- Plunder!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plunderen
- Plunder je?
Engels
Werkwoord
plunder