personage
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- per·so·na·ge
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | personage | personages |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- (kunst) een fictieve persoon in een verhaal, boek, toneelstuk e.d.
- De personages in zijn boeken zijn werkelijk levensecht te noemen.