parakleet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·ra·kleet
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Griekse 'kaleō' (ik roep) met het voorvoegsel para- [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord parakleet -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

parakleet m

  1. (religie) bemiddelaar, verlosser, de door Christus beloofde Heilige Geest
    hiermee wordt een messiaanse figuur, en verlosser van een onderdrukt volk aangeduid
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen