overgaven
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- over·ga·ven
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| overgeven |
overgaven
- (in een bijzin) meervoud verleden tijd van overgeven
- ...dat wij overgaven.
- ...dat jullie overgaven.
- ...dat zij overgaven.
- ...dat wij overgaven.