overgave

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·ga·ve
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord overgave -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

overgave v/m

  1. het opgeven van de strijd en zich aan de wijand onderwerpen
    De overgave van de stad was onvermijdelijk geworden.
  2. een volledige toewijding
    Zij zongen vol overgave mee met de menigte.
Vertalingen