opmaak

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • op·maak

Werkwoord

vervoeging van
opmaken

opmaak

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opmaken
    ... dat ik opmaak.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen