opdrukken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[1] Zich opdrukken.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·druk·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opdrukken
drukte op
opgedrukt
zwak -t volledig

Werkwoord

opdrukken

  1. (wederkerend) een krachtoefening uitvoeren waarbij men zich, met handen en voeten op de grond in opgerichte positie, laat zakken tot de borst even de grond raakt, en waarna men zichzelf weer omhoog drukt
    Hij probeerde zich nog een keer op te drukken, maar hij had echt zijn grens bereikt.
  2. (overgankelijk) door druk uit te oefenen iets verhogen
    In de Saale-ijstijd duwde het landijs ijstongen voor zich uit die de ondergrond opdrukten tot stuwwallen.
  3. (overgankelijk) door druk uit te oefenen iets ergens op bevestigen
    De dopjes werden er daarna weer opgedrukt.
Uitdrukkingen en gezegden
  • iemand een stempel opdrukken
iemand tegen wil en dank, vaak ten onrechte, in een categorie plaatsen

Zelfstandig naamwoord

opdrukken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord opdruk