opdrukken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- op·druk·ken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| opdrukken |
drukte op |
opgedrukt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
opdrukken
- een krachtoefening uitvoeren waarbij men zich, met handen en voeten op de grond in opgerichte positie, laat zakken tot de borst even de grond raakt, en waarna men zichzelf weer omhoog drukt
Zelfstandig naamwoord
opdrukken mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord opdruk