opdrukken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·druk·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opdrukken
drukte op
opgedrukt
zwak -t volledig

Werkwoord

opdrukken

  1. een krachtoefening uitvoeren waarbij men zich, met handen en voeten op de grond in opgerichte positie, laat zakken tot de borst even de grond raakt, en waarna men zichzelf weer omhoog drukt

Zelfstandig naamwoord

opdrukken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord opdruk
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen