opdoemen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·doe·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opdoemen
doemde op
opgedoemd
zwak -d volledig

Werkwoord

opdoemen

  1. (ergatief) vanuit het duister of de mist geleidelijk zichtbaar worden
    Ik herinnerde me wat ze in de auto tegen vader had gezegd toen de naakte bergen van Nordland waren opgedoemd[1].
Verwijzingen
  1. Anatomie van een verdwijning
    Hisham Matar 2011